Winterregels

Nieuws
Home / Nieuws/ Winterregels

Winterregels

De wintertijd zorgt niet alleen voor mindere weersomstandigheden als kou, regen en wat verder in het jaar misschien zelfs wel vorst en sneeuw. Dat betekent dat er ook sprake is van winterregels.

“Plaatsen” of “Bal schoonmaken”

Vanaf heden mag u de winter-regel voor “plaatsen” toepassen.

Plaatsen houdt in dat je de bal mag opnemen, schoonmaken en plaatsen. De afstand waarbinnen geplaatst mag worden is 15 cm of een kaartlengte (niet dichter bij de hole).

Belangrijk daarbij is dat plaatsen alleen is toegestaan op het kort gemaaide gedeelte van de baan, dus niet in de rough!

Met deze plaatselijke regel kan de baan langer qualifying blijven. Pas wanneer de omstandigheden zodanig worden dat zelfs met deze plaatselijke regel geen redelijke qualifying scores meer kunnen worden gemaakt zullen wij de baan non-qualifying verklaren.

Tijdelijk water

De golfregels staan ook toe dat een golfer zonder straf “tijdelijk water” ontwijkt. Tijdelijk water valt onder de “abnormale baanomstandigheden”; het is elke tijdelijke concentratie van water op de grond (zoals regen- of beregeningsplassen of plassen als gevolg van het overlopen van enige waterpartij). Het is niet voldoende als de grond alleen nat, modderig of zacht is of dat er alleen even water zichtbaar is als de speler op de grond stapt; er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen.

Rijp en dauw

Rijp en dauw zijn geen losse natuurlijk voorwerpen (omdat het aan het gras kleeft) en vallen niet onder tijdelijk water. Je mag rijp of dauw dan ook niet wegvegen op de green.

Wintergreens

Korte putts op wintergreens worden vaak niet uitgeholed: een bal binnen een putterlengte van de hole tot de grip wordt gegeven. Dus wie op een par 3 met twee slagen binnen een putterlengte van de hole ligt, maakt een par. Dit is te beschouwen als een wintertraditie; het is geen officiële regel.